DE WET VAN OHM
Om een stroom te laten vloeien door een weerstand moet er een voltage staan over diezelfde weerstand.
De wet van Ohm laat een relatie zien tussen voltage ( V ) , stroom ( I ) en weerstand ( R ). Je kan deze wet op drie manieren neerzetten:
Waar:
|
V = voltage in volt (V)
I = stroom in ampere (A)
R = weerstand in ohms ( )
|
of:
|
V = voltage in volt (V)
I = stroom in milliampere (mA)
R = weerstand in kilo ohm (k )
|
Voor de meeste elektronische circuits is vaak het amperage te groot en het ohmage te laag. Daarom wordt stroom vaak uitgedrukt in milli-ampere (ma) en weerstand in kilo ohms (k  ). 1 mA = 0.001 ampere en 1 k  = 1000  .
Ohms wet werkt als je V, A and  gebruikt of V, mA and k  . Je mag deze set met waardes niet door elkaar gebruiken daarom zal je moeten converteren tussen mA en ampere of k  and  .
Je kan de VIR driehoek gebruiken om je te helpen om de drie versies van de wet van Ohm te onthouden. Schrijf de VIR driehoek neer met V, I en R zoals in de afbeelding hierboven.
- Om het voltage, V te berekenen: plaats je een vinger over V,
I en R blijven dan over dus is de vergelijking V = I × R
- Om de stroom, I te berekenen: plaats je een vinger over I,
V en R blijven dan over dus de vergelijking is I = V/R
- Om de weerstand, R te berekenen: plaats je een vinger over R,
V en I blijven dan over dus de vergelijking is R = V/I
Gebruik de volgende methode om je berekeningen te maken:
- Schrijf de waarden neer, converteer als nodig naar ma en k
.
- Selecteer de vergelijking die je nodig hebt (gebruik de VIR driehoek).
- Plaats de getallen in de vergelijking en bereken het antwoord.
Het is nu Waarschijnlijk Verschrikkelijk Gemakkelijk !
Voorbeelden:
- 3 V wordt over een 6
weerstand gezet, wat is de stroom (I)?
- Waarden: V = 3 V, I = ?, R = 6

- Vergelijking: I = V/R
- Getallen: stroom, I = 3/6 = 0.5 A
- Een lamp verbonden aan een 6 V batterij laat een stroom door van 60 mA, wat is de weerstand van de lamp?
- Waarden: V = 6 V, I = 60 mA, R = ?
- Vergelijking: R = V/I
- Getallen: weerstand, R = 6/60 = 0.1 k
= 100 
(Als je mA gebruikt voor stroom dan geeft de calculatie de waarde in k )
- Een weerstand van 1.2 k
laat een stroom door van 0.2 A, wat is dan het voltage over de weerstand?
- Waarden: V = ?, I = 0.2 A, R = 1.2 k
= 1200 
(1.2 k wordt geconverteerd naar 1200 omdat A and k niet met elkaar gebruikt mogen worden. Als je echter 0,2 A had omgezet naar 200 ma kan het wel samen met 1,2K probeer maar!)
- Vergelijking: V = I × R
- Getallen: V = 0.2 × 1200 = 240 V
|